Presenteren voor je plezier? Echt niet!

Jonas van der VlugtBlog

We hebben honderden mensen aan het werk gezien bij hun presentatie. Wat opvalt is dat iedereen een natuurlijke voorkeur heeft voor de plek tijdens een presentatie. De een voelt zich heerlijk op het podium, de ander zit liever veilig in de zaal. Hoe is dat voor jou?

Je zit liever in de zaal

Zo nu en dan moet je op het werk een presentatie geven. Je haat het. Of vindt het op zijn minst onprettig. De voorbereiding stel je zo lang mogelijk uit. Je probeert nog of een collega het van je wil overnemen. Tevergeefs. En op de dag zelf ben je gespannen. Je voelt het oordeel van je publiek. Ze vinden er niks aan. Kijk, die daar zit al op zijn mobiel. Je gaat sneller praten, zodat niemand een vraag tussendoor zal stellen. De vlekken in je hals voelen warm. Gelukkig heb je veel dia’s in je powerpoint zodat je niets vergeet. En toch vergeet je dingen. Na 10 minuten ben je klaar en haast je je naar je stoel. Je kijkt niemand aan.

Je staat liever op het podium

Zo nu en dan mag je op het werk een presentatie geven. Heerlijk. Je vindt de aandacht prettig, maar vooral wil je dat je publiek aan de slag gaat met wat je ze gaat vertellen. Daarom ben je al weken van te voren aan het bedenken hoe je het zal aanpakken. En dat merk je op de dag zelf. Je staat intussen boven de materie en hebt het goed voor elkaar. Slechts vijf dia’s met een prachtige foto. Het komt echt binnen. Ze zitten rechtop en reageren op je vragen. Er wordt gelachen. Als je even een slokje water drinkt, wacht iedereen geboeid op je volgende zin. Na 10 minuten is het alweer voorbij. Je geniet van het applaus.

Hoe kan dat nou?

Door te presenteren kom je in een vicieuze cirkel. Als je presentaties in het verleden niet zo lekker gingen, dan zet je je schrap voor de volgende. Gevolg: je bent gespannen. Je wilt helemaal niet. Je publiek voelt het en reageert erop. Downhill it goes. Als je daarentegen een aantal succesvolle presentaties achter de rug hebt, dan werkt dat juist positief op je gestel. En op je publiek. Het verleden is wel degelijk een garantie voor de toekomst.

Drie tips waardoor je gaat genieten van presenteren

1. Heb jij ook dat stemmetje in je hoofd dat zegt “je bent niet goed genoeg”? Misschien is het ooit in je puberteit begonnen doordat iemand je dat heeft laten geloven. Maar dat was toen. Natúúrlijk ben je goed genoeg om andere mensen te vertellen over iets waar je veel van weet. Dat stemmetje liegt. Zeg ‘m maar: “Onzin. Ik weet juist heel veel van mijn onderwerp. En deze mensen zijn gekomen omdat ze er nieuwsgierig naar zijn.”

2. Je presentaties worden steeds beter naarmate je het vaker doet. Grijp daarom elke mogelijkheid aan om te presenteren. Maar spring niet gelijk in het diepe. Toen je leerde fietsen deed je het ook eerst met zijwieltjes. Doe eerst alleen presentaties voor een klein groepje collega’s waar je je lekker bij voelt. En kies een topic waar je echt boven de materie staat. Nee wacht, kies een topic waar je blij van wordt en je graag over vertelt.

3. Zodra we iets een Presentatie noemen, wordt het groter dan nodig. Dan gaat iemand zenden, en het publiek moet luisteren. Stap daar eens vanaf. Noem het anders: een tafelgesprek, een koffie-topic, of desnoods een ontdekkingstocht. De crux is dat je de verwachting al neerlegt dat jullie samen iets gaan bespreken. Toevallig begin jij het gesprek met jouw kennis. Als je ze dan regelmatig de ruimte geeft om ook wat te zeggen, dan wordt het een dialoog en geen zenuwslopende monoloog.

Succes!